Les 2: Risico’s bij het monteren en oppompen
Een klapband is het grootste risico bij het oppompen van bedrijfswagenbanden. Het kan grote schade en zeer ernstig letsel veroorzaken. Daarnaast kunnen bij meerdelige wielen onderdelen van het wiel projectielen worden. Dit brengt de veiligheid van jezelf en anderen (collega’s, klanten en derden) ernstig in gevaar. Neem daarom maatregelen vóór het oppompen van grote bedrijfswagenbanden. Je voorkomt daarmee dat personen getroffen kunnen worden door de directe drukgolf en wegspringende materialen. Dit geldt zowel voor het oppompen in de werkplaats als voor het oppompen bij een klant of tijdens pechservice.
Bij gebruikte banden en wielen is het risico van een klapband groter dan bij nieuwe banden en wielen. Een klapband kan worden veroorzaakt door een slechte band, een beschadigd wiel of een (verkeerde) combinatie daarvan. Het niet correct zetten van de band op het wiel – al dan niet met losse ringen – kan ook een klapband veroorzaken. Een goede beoordeling van de staat van de banden en wielen beperkt ook het risico op een klapband. De band zorgvuldig monteren op het wiel vermindert dit risico ook. Een bandenkooi is altijd verplicht bij het oppompen van bedrijfswagenbanden in de werkplaats. Blijf tijdens het oppompen van een band in een bandenkooi buiten de veiligheidszone van de kooi. Laat geen losse voorwerpen in deze veiligheidszone liggen, die kunnen als gevolg van een klapband wegschieten.
In deze e-learning beperken we ons tot de algemene werkwijze. In de Praktijkrichtlijn monteren en oppompen van bedrijfswagenbanden vind je alle technische details over hoe je banden het beste kunt monteren en oppompen.
- De Praktijkrichtlijn kun je hier downloaden
Volg voor je eigen veiligheid altijd deze 5 hoofdregels bij het (de)monteren en oppompen van bedrijfswagenbanden:
1. Pomp bedrijfswagenbanden in de werkplaats altijd op in de bandenkooi, alleen de voorspanning realiseer je op het montageapparaat (maximaal 1,5 bar bij eendelige wielen en 1 bar bij meerdelige wielen).

2. Gebruik een assteun naast de krik en eventueel wielkeggen/wielblokken voor/achter het wiel op dezelfde as om het voertuig te stabiliseren.

3. Maak een wiel dat vastzit op de naaf los met een:
- Minipers,
- Wheelpully, en/of
- Hamer

4. Plaats de bedieningsmodule op voldoende afstand van het (de)montageapparaat
Dit voorkomt dat je per ongeluk op een van de pedalen trapt waardoor de machine ongewenst gaat ronddraaien.

5. Beperk schadelijk geluid bij het leeglopen van banden door:
- Het binnenventiel van de band eerder iets open te draaien; of
- Een geluiddemper op het ventiel te monteren.

