Les 3: Risico’s van het bijpompen op locatie
Het bijpompen van bedrijfswagenbanden bij de klant of bij pechservice heeft ook grote risico’s. Je hebt geen bandenkooi om jezelf en anderen te beschermen tijdens het oppompen.
Volg daarom voor je eigen veiligheid altijd deze 7 stappen bij het bijpompen van bedrijfswagenbanden:
1. Controleer de band en het wiel voordat je gaat bijpompen:
- Op zichtbare schade (vooral de zijwanden van de band);
- Slijtage en leeftijd; en
- De staat van het ventiel. Vervang een beschadigd ventiel: demonteer de band van het wiel en monteer nieuw ventiel.

2. Controleer de bandenspanning
Als deze meer afwijkt dan 25% of 2 bar dan is er vaak meer aan de hand. Pomp de band dan niet bij, demonteer de band van het wiel en zoek de oorzaak van de onderspanning.
3. Gebruik altijd luchtslangen met voldoende lengte
Zorg dat je voldoende afstand tot de band kunt nemen (in de richting van het loopvlak) met een luchtslang van minimaal vier meter vanaf de ventielaansluiting.

4. Gebruik een goed klemmende pompnippel
Vervang deze als deze niet goed op het ventiel klemt.
5. Gebruik een pompstok met kliksluiting of bochtje/knietje (45/90 graden) om een buitenband van dubbelgemonteerde banden op afstand bij te pompen
Houd tijdens het bijpompen nooit je hand met pompnippel bij het ventiel!

6. Zet een handmatig bediende pompklok nooit vast
Er kan van alles gebeuren waardoor je vergeet de pompklok tijdig los te maken.
7. Draag zorg voor een veilige ruimte
- Zorg ervoor dat er geen losse voorwerpen rondom het wiel liggen;
- Vergeet ook niet eventuele omstanders te informeren om afstand te houden.
