Skip to content
Les 2: Risico’s bij het (de)monteren en oppompen
Een klapband is het grootste risico bij het oppompen van banden. Het is dus heel belangrijk dit veilig en gezond te doen. In de Praktijkrichtlijn monteren en oppompen van landbouwbanden vind je alle technische details over hoe je banden het meest veilig kunt monteren en oppompen.
Volg voor je eigen veiligheid altijd deze 5 hoofdregels bij het (de)monteren en oppompen van banden:
1. Zorg voor een opgeruimde en veilige werkplek, ook op locatie
- Plaats het voertuig op een stevige en zo vlak mogelijke ondergrond (bij voorkeur op beton/asfalt);
- Verwijder de sleutels uit het contact van het voertuig. Start de motor nooit tijdens (de)montage werkzaamheden;
- Plaats op locatie pionnen rond het voertuig zodat gezien wordt dat er aan het voertuig gewerkt wordt;
- Zorg dat het voertuig stilstaat. Plaats wielblokken voor en achter het wiel (of de wielen) die aan dezelfde as gemonteerd zijn als het te demonteren wiel. Plaats ook wielblokken bij het wiel aan dezelfde kant van het te demonteren wiel; en
- Laat geen losse producten rondslingeren die door een klapband weggeschoten kunnen worden.
2. Bereid je werk goed voor en werk veilig
- Zorg dat je je PBM’s draagt en bij je hebt: veiligheidsschoenen, handschoenen, gehoorbescherming, veiligheidsbril en (ski)helm;
- Zorg dat je de juiste hulpmiddelen gebruikt: bandenlift, geluiddemper voor het leeglopen van banden, bandenkooi in de werkplaats; en
- Beoordeel de band op schade en slijtage (o.a. leeftijd).

3. Gebruik je zintuigen!
- Blijf opletten hoe de band zich zet op de velg en luister of je de band hoort kraken. Het kraken van een band is een voorteken dat de band klapt. Stop direct met oppompen bij ongewoon gedrag van de band en alarmeer je collega’s en eventuele omstanders.

4. Sta bij het op- en bijpompen in de rolrichting van de band-wielcombinatie en loop nooit weg
- Ga niet naast de band, maar in de richting van het loopvlak van de band-wielcombinatie staan. Bij een klapband komt de luchtstroom namelijk vanuit de zijkant van de band. Houd minimaal drie meter afstand van de band, gerekend vanaf het loopvlak.

5. Pomp de band zorgvuldig op
- Pomp de band een beetje op (eventueel met luchtbooster als de hielen niet goed afdichten tijdens het oppompen). Denk om gehoorbescherming;
- Controleer tijdens het oppompen van de band of de hielen goed centreren op de velg;
- Bij oppompen in de werkplaats: als de voorspanning is bereikt (maximaal 1 bar), pomp de band dan verder op in de bandenkooi. Monteer een goed werkende klemnippel op het ventiel en doe de deur van de bandenkooi dicht. Pomp de band op tot de montagespanning (zie zijwand van de band of de technische documentatie). Ga vervolgens naar de gebruiksspanning volgens de technische documentatie; en
- Bij oppompen op locatie: pomp de band op met een bandenpompklok voorzien van een luchtslang van minimaal 4 meter vanaf de ventielaansluiting met een goed werkende klemnippel.
